In Finland is het vaak stervenskoud. Maar bewoners van het Zuidfinse Mäntsälä hebben het aangenaam warm, dankzij stadswarmte van het lokale datacenter! Hoe? We vroegen het Daria Mukhortova, hoofd Duurzaamheid van AI-Cloud specialist Nebius: eigenaar én bouwer van deze slimme oplossing.
Ons digitale leven wordt aangedreven door datacenters: die vreten energie. Niet alleen om de computers draaiend te houden, maar ook om ze op bedrijfstemperatuur te houden. Meestal verdwijnt die warmte via koelers naar de buitenlucht, maar dat kan beter. Bij Nebius gingen ze ruim tien jaar geleden van start met een mooie samenwerking met de gemeente Mäntsälä, waar zo’n 21.000 mensen wonen.

Van datacenter naar warmtenet
Daria legt uit: “Wij zijn op wereldwijd verschillende plekken betrokken bij het maken van AI-infrastructuur. Om AI-mogelijk te maken, is er veel hardware nodig, zoals servers en processoren en dat vraagt om energie. Bij het verwerken van al die data worden de processoren warm en die moeten gekoeld worden, zodat ze efficiënt hun werk kunnen blijven doen. Het restproduct is warmte, die prima hergebruikt kan worden.

“In Mäntsälä zijn we om te tafel gaan zitten met de gemeente om onze koelinstallatie te koppelen aan het lokale warmtenet. Na het koelen van de servers trekken ventilatoren de warme lucht, van zo’n 40 tot 50 graden, uit het gebouw via een serie warmtewisselaars met waterleidingen. De warme lucht verwarmt het water, dat vervolgens door een warmtepomp van het lokale energiebedrijf nog verder wordt verwarmd, naar 55 tot 60 graden. Daarna geeft het water die warmte via een warmtewisselaar weer af aan het warmtenet van Mäntsälä. Dat komt per jaar neer op ongeveer 50.000 megawatt aan restenergie, goed voor de warmtebehoefte van zo’n 2.500 Finse huizen. Dat komt in de praktijk neer op 65 tot 72 procent van de warmtebehoefte.”
Nieuwe koelsystemen
Het systeem werkt al tien jaar naar volle tevredenheid. Inmiddels breiden de Finnen het datacenter flink uit tot drie keer de oorspronkelijke capaciteit. Dat betekent ook dat er nóg meer energie beschikbaar komt, zodat ook bedrijven gekoppeld worden aan het warmtenet. Op die manier is de gemeente straks nog minder afhankelijk van fossiele brandstoffen.

Daria: “Ongeveer één derde van de energie die we verbruiken voor het datacenter, wordt omgezet in warmte. Daarom levert het meteen winst op als we die energie niet weggooien, maar hergebruiken. We ontwikkelen nu nieuwe koelsystemen voor een nieuwe generatie processoren, met een gesloten vloeistofkoelsysteem. Dat levert weer nieuwe mogelijkheden om de vrijgekomen warmte nog efficiënter te benutten.
Warmtecapaciteit: 4.0 MW
Warmtebron: warme lucht uit datacenter (40 graden Celsius)
Warmtepomp COP: 4.0
Temperatuur: lucht uit de uitlaat van het datacenter is ongeveer 40 graden; de warmtepomp levert vervolgens water van 85 graden aan het warmtenet.
CO2-reductie: jaarlijks zo’n 11.000 ton
Dat klink allemaal fraai natuurlijk, maar voordat je de warmte van je datacenter in huis hebt, komt er wel wat installatietechniek bij kijken. Daria: “De gemeente én eigenaar van het datacenter moeten al vanaf het ontwerp van het gebouw bij elkaar komen. Dat kan alleen als je samen als partners optrekt. Zo is het aan de gemeente om het warmtenet en de bijbehorende leidingen naar het datacenter aan te leggen. Wij zorgen dan voor een stabiele en constante overdracht van warmte.”
Warm water willen we overal
Met name in de Scandinavische landen valt dus flink wat winst te behalen uit het hergebruiken van warmte van datacenters: zo bouwt Microsoft inmiddels aan een datacenter bij Helsinki, waarmee dankzij het terugwinnen van warmte zelfs 100.000 woningen kunnen worden verwarmd.
Maar hoe werkt dat eigenlijk in warmere streken, zoals Nederland? Is hergebruik van warmte uit datacenters ook hier interessant? Daria legt uit: “In koude landen ligt hergebruik meer voor de hand, zeker als er lokaal een warmtenet beschikbaar is, maar ook in warme regio’s gebruiken mensen warm water, zelfs in de zomer. Warmte is een waardevol product, waar je ook bent. We zetten er vol op in om die energie zo goed mogelijk te benutten.”
Heb jij ‘n tip voor deze rubriek? Stuur je suggestie naar demakersvanmorgen@technieknederland.nl!