Haperende bruggen, uitvallende tunnels, weigerende sluizen: voor CIO en Hoofdingenieur-directeur Ron Kolkman van Rijkswaterstaat zijn het nachtmerriescenario’s. Bij de renovatie daarvan zet hij daarom hard in op standaardisatie van infra-automatisering. “We willen binnen een paar jaar ongeveer 80% van onze objecten data-gedreven beheren.”
Rijkswaterstaat staat voor een enorme opgave. Veel van de 157 beweegbare bruggen, 126 sluizen, 30 tunnels, 21 gemalen en zes stormvloedkeringen die het beheert, zijn aan renovatie en upgrades toe. Om nog maar te zwijgen van de ruim 25 verkeerscentrales en zo’n 30.000 kleinere systemen die verkeer sturen, installaties bedienen of informatiepanelen bedienen.
Binnen dat netwerk zijn circa 500 objecten direct afhankelijk van industriële automatisering: software die bruggen opent en sluit, tunneltechniek aanstuurt en sluizen bedient. Veel van die automatisering was ooit maatwerk: gemaakt met eigen leveranciers, een eigen architectuur en specifieke software. Zo groeide door de jaren heen een patchwork van systemen. Met een complexiteit die Kolkman als hoofdverantwoordelijke serieus onrustige nachten bezorgt.
Zeg ’s eerlijk: hoe groot is het probleem met onze rijkswegen, bruggen, tunnels en gemalen en stormvloedkeringen?
“Groot. De meeste daarvan zijn gebouwd in de jaren vijftig en zestig. Als je de technische levensduur uitrekent, komt dat nu allemaal tegelijk op vervanging uit. Dat is een enorme curve die eraan komt. Rijkswaterstaat moet de komende jaren een paar keer méér doen dan wat we historisch gewend zijn. Niet alleen in beton en staal, maar ook in de automatisering daarachter.”
Of ik er wel eens wakker van lig? Ja. Dit is wel heel serieus.
En het automatiseringsprobleem?
“We hebben circa 500 objecten waar industriële automatisering in zit. Denk aan bruggen, sluizen en tunnels waar bediening en besturing cruciaal zijn. Door de jaren heen zijn die systemen vaak per object ontwikkeld, met verschillende leveranciers en verschillende oplossingen. Daardoor krijg je een heel divers landschap, waarbij ook onderhoud en reparatie maatwerk is.

“De schaal van de opgave is gewoon te groot om elk object helemaal uniek te blijven behandelen. Als je bij elk project opnieuw moet uitzoeken hoe het systeem in elkaar zit, verlies je enorm veel tijd. En tijd is precies wat we de komende jaren níet hebben.”
Lig je hier wel eens wakker van?
(even stil) “Ja. Niet letterlijk, maar dit is wel heel serieus. De infrastructuur van Nederland moet het gewoon doen. Nederland moet veilig, leefbaar en bereikbaar blijven. Als de automatisering daarachter niet betrouwbaar is, hebben we een groot probleem.”
Jullie pleiten voor meer standaardisatie. Waarom?
“Standaardisatie is heel belangrijk, tot een zekere hoogte. Elk object is uniek. Een tunnel met een afslag erin is anders dan een eenvoudige tunnel. Dus je moet standaardiseren waar dat kan, maar ook ruimte laten voor specifieke oplossingen.”

Dat klinkt naar een compromis: standaard én maatwerk. Hoe kan dat?
“We werken sinds kort met een modulaire technische architectuur. Doordat componenten en systemen elk hun eigen levensduur hebben, maakt een modulaire opbouw het mogelijk om onderdelen op het juiste moment, vanuit lifecycle‑optimalisatie, afzonderlijk te vervangen. Leveranciers kunnen op deze manier per object slimme specifieke dingen blijven ontwikkelen en toepassen.”
Als wij straks een tunnel binnenlopen, weten we vooraf al precies hoe het systeem is ingericht.
Wat betekent dat concreet?
“Je kunt het vergelijken met een huis. Wij schrijven voor dat het huis vier kamers heeft met een badkamer boven. De badkamer moet geschikt zijn voor vier personen en moet beschikken over een dubbele wastafel, een bad en een douche. Echter, hoe de installateur die badkamer precies inricht, dat laten we aan de leverancier. Zo houden we overzicht en grip, terwijl de markt nog steeds zijn expertise kan inzetten.”
Wat levert dat op voor Rijkswaterstaat?
“Meer overzicht en inzicht in onze automatisering. Het vergt momenteel relatief veel tijd om de juiste informatie te vinden. Als wij straks een tunnel binnenlopen, weten we vooraf al precies hoe het systeem is ingericht. Dat scheelt enorm veel uitzoekwerk. Standaardisatie helpt bij ontwerp en installatie én bij onderhoud en reparatie – plus natuurlijk bij het opleiden van mensen.”
Wat verandert er in het onderhoud van infrastructuur?
“Nu gebeurt het vaak dat we bij groot onderhoud alles vervangen. We gaan als het ware met een shovel naar binnen en bouwen het hele systeem opnieuw. Dat komt omdat alles zo met elkaar verweven is. Met een modulaire architectuur kun je straks afzonderlijke onderdelen vervangen. Groot onderhoud wordt dan zo klein mogelijk. En beheer veel flexibeler.”
Hoe helpt het verzamelen en analyseren van data daar straks bij?
“We zijn al een jaar of vier bezig met data-gedreven assetmanagement. Dat doen we samen met de markt. Daar zitten we echt naast elkaar aan tafel, niet alleen als opdrachtgever en opdrachtnemer. Zodat we kunnen monitoren wat de conditie van bruggen en tunnels is, wat er verandert, en wanneer er onderhoud of reparatie nodig is.”
We willen binnen een paar jaar ongeveer 80% van onze objecten data-gedreven beheren.
Predictive maintenance – dat klinkt altijd enorm fancy. Wat is het voordeel écht?
“Dat je defecten voor bent. Als een aannemer en wij goed data-gedreven kunnen werken, hoeven monteurs niet meer bij nacht en ontij naar een brug of sluis omdat er iets kapot is. Dan kun je het eerder meenemen in regulier onderhoud. Zonder de meerkosten en overlast van onverwachte incidenten.”
Hoe ver zijn jullie daarmee?
“We willen binnen een paar jaar ongeveer 80% van onze objecten data-gedreven beheren. We zijn er nog niet, maar we zijn ook zeker niet meer aan het begin.”
Met alle geopolitieke onrust tegenwoordig: is gestandaardiseerde automatisering van infra straks niet makkelijker te hacken?
“Die vraag krijgen we vaker. Maar standaardisatie betekent niet dat alles identiek is. We standaardiseren vooral de architectuur en de manier waarop systemen met elkaar communiceren. Zo weten we precies hoe het geheel is opgebouwd en waar de risico’s zitten. Het huidige landschap met honderden verschillende systemen is juist lastiger te beveiligen. Als alles anders is, weet je vaak niet precies wat er draait en waar de kwetsbaarheden zitten.

“Standaardisatie betekent niet dat systemen identiek worden, maar dat de structuur en interfaces eenduidig zijn. Dat helpt ons om beveiligingsmaatregelen consistenter en efficiënter toe te passen. Het huidige landschap met veel verschillende systemen is juist complexer te beschermen. Met een gestandaardiseerde architectuur hebben we beter overzicht, kunnen we sneller updates doorvoeren en risico’s eerder herkennen. Dat draagt bij aan het veilig en betrouwbaar houden van onze infrastructuur.”
Helpt standaardisatie ook bij het personeelstekort in de techniek?
“Ja. Als systemen uniformer zijn, wordt het werk ook overdraagbaarder. Dan kan een technicus die het ene object kent, sneller ook op een ander object werken. Dat maakt het makkelijker om capaciteit te delen, en dat hebben we hard nodig.

“En laat ik één ding heel duidelijk zeggen: standaardisatie maakt vakmensen juist belangrijker, niet minder. Als de basis eenduidig is, kunnen technici zich richten op wat echt waarde toevoegt: slimme oplossingen, innovatie, kwaliteit in de uitvoering. De komende jaren hebben we vakmensen nodig die niet alleen een installatie kunnen bouwen of testen, maar ook kunnen denken in lifecycle‑beheer, cybersecurity, data en samenwerking over projecten heen. Het vak verandert, maar hun rol wordt alleen maar centraler in hoe we Nederland veilig, leefbaar en bereikbaar houden.”
Daar hebben we de kennis, innovatiekracht en capaciteit van de sector hard bij nodig.
Waarom is de samenwerking met de technieksector zo belangrijk?
“De opgave die voor ons ligt is simpelweg te groot om het alleen te doen. We moeten de komende jaren veel meer bruggen, tunnels en sluizen vernieuwen dan we ooit eerder hebben gedaan. Daar hebben we de kennis, innovatiekracht en capaciteit van de sector hard bij nodig. Uiteindelijk hebben we hetzelfde belang: dat die infrastructuur betrouwbaar blijft werken.”
Hoe ziet die samenwerking er concreet uit?
“We hebben daarover veel discussies met de techneuten van de marktpartijen gevoerd. Niet alleen met bestuurders, maar ook met de mensen die die systemen ontwerpen en bouwen. Techniek Nederland heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. In die sessies zijn we samen gaan kijken: hoe kunnen we standaardiseren waar het kan, en ruimte houden voor vakmanschap waar dat nodig is. Dat werkt veel beter dan wanneer je als overheid alles zelf probeert te bedenken.”
Wat verwachten jullie daarbij van techniekbedrijven?
“Ik wil een kritische blik. Als wij als opdrachtgever de verkeerde vraag stellen, moeten bedrijven dat zeggen. Die open dialoog is essentieel.”
Over datagedreven onderhoud bijvoorbeeld zitten we al écht naast elkaar aan tafel – en komen we sneller vooruit.
Werkt dat al in de praktijk? Zie je al verbetering?
“Ja. Vroeger zat er meer afstand tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, tegenwoordig werken we al veel meer samen aan oplossingen, bijvoorbeeld rond datagedreven onderhoud. Daar zitten we al écht naast elkaar aan tafel – en komen we sneller vooruit. We kijken samen: hoe maken we dit systeem slimmer, hoe kunnen we storingen voorspellen, hoe kunnen we het onderhoud beter organiseren? Dat is echt een andere manier van werken.”
Gaat dat helpen?
“Ja, absoluut. De schaal van wat er op Nederland afkomt is zo groot dat niemand het alleen kan. We hebben elkaar nodig – Rijkswaterstaat, techniekbedrijven, installateurs, softwarebedrijven. Alleen als we die samenwerking goed organiseren, kunnen we die enorme vernieuwingsopgave aan.”
Heb jij ‘n tip voor deze rubriek? Stuur je suggestie naar demakersvanmorgen@technieknederland.nl!