De 363 jaar oude ‘Molen ’t Haantje’ is een Weesper icoon. Toen de eigenaar de rijksmonumentale molen duurzaam, energiezuinig én biobased wilde renoveren, begon een installatietechnische ‘mission impossible’ – de tweede in zijn bijzondere historie!
Wie Molen ’t Haantje aan het riviertje Smal Weesp in al zijn glorie ziet staan, denkt dat het altijd zo is geweest. Niets is minder waar, want de unieke wip-stellingmolen werd in 1663 gebouwd op de hoek van de Amsterdamse Ruysdaelkade/Saenredamstraat. In 1828 verhuisde het rijksmonument naar zijn huidige locatie. Dat kon, want modulair bouwen was toen al in: de traditionele pen-en-gatverbindingen maakten demontage en heropbouw mogelijk, zelfs zonder schroeven of spijkers.
Restauratieplannen
In 1949 kreeg Molen ’t Haantje zijn huidige woonfunctie. Door die verbouwing splitste het pand op in een linker- en rechtervleugel met daartussen een middendeel. “Dat middendeel hoorde jarenlang niet echt bij de woning”, zegt huidige bewoner Geert Kotter. “Ik moest buitenom lopen om van het ene deel naar het andere te komen. Niet erg praktisch.”
Alle installatiewerk — van elektra tot water en verwarming — werkten ze onder de vloer weg.
Toen de huurder van het middendeel een paar jaar geleden overleed, zag Kotter de kans schoon om ook dat gedeelte volledig te restaureren en weer bij de woning te betrekken. Dat bleek een flinke klus. “De molen is gebouwd op acht enorme houten palen”, aldus Kotter. “Die dragen het hele gebouw. Maar bij onderzoek bleek dat bij een verbouwing in 1949 schuine balken, de korbelen, vanuit esthetisch oogpunt zijn verwijderd.” Die korbelen zijn nodig om zijdelingse krachten, zoals harde wind, op te vangen. “Bij een flinke storm had de molen als een kaartenhuis in elkaar kunnen zakken.” Bovendien bleken drie van de acht dragende palen ernstig aangetast door houtrot.

Spanningsveld
Dat moment vormde het startschot voor een ingrijpende restauratie: de volledige draagconstructie ging op de schop, volgens de oorspronkelijke bouwprincipes. Kotter had de wens om de molen niet alleen veilig, maar ook duurzaam en comfortabel te maken. “Dan ontstaat er een spanningsveld”, zegt Kotter. “Aan de ene kant heb je monumentenregels: behoud van materialen, aanzicht, historie. Aan de andere kant wil je prettig wonen, goed isoleren én van het gas af.”
Bio-based
De oplossing vond hij in een volledig biobased aanpak. Alle toegepaste materialen zijn hernieuwbaar, recyclebaar en damp-open, zodat de houten constructie kan blijven ‘ademen’. “Als je zo’n houten gebouw luchtdicht afsluit, gaat het op termijn alsnog mis. Het hout gaat immers rotten.” Het vinden van de juiste bio-based materialen bleek een enorme uitdaging. Materialen waren schaars, duurder dan standaardoplossingen en vergden diepgaande kennis van damp-open bouwen. Ook vergunningstechnisch was het een intensief proces. “Je moet heel precies aantonen dat je geen vochtproblemen creëert”, zegt Kotter.

Isoleren
Kotter kreeg de puzzel gelegd. De gevels zijn geïsoleerd met vlas, plafonds met schapenwol en de wanden zijn afgewerkt met leemstuc. Voor de isolatie van de ramen moest hoofdaannemer Bart Groen van familiebedrijf Groen & Zn. B.V. slimme oplossingen bedenken. Omdat de molen een rijksmonument is, mocht hij immers niets aan de buitenzijde veranderen. “Voor de ramen pasten we drie verschillende isolatieramen toe, afhankelijk van de plek”, zegt Groen. “Naast vacuüm monumentenglas met dezelfde isolatiewaarde als triple isolatieglas, plaatsten we binnenvoorzetramen en speciale schuifsystemen die het historische uiterlijk behouden.”
Verwarmen
Vanwege duurzaamheid én de energierekening wilde Kotter van het gas af. De keuze viel op een lucht-water-warmtepomp die een koppeling kreeg met de vloerverwarming. Om ook op de koudste dagen de molen goed warm te kunnen krijgen, plaatste Groen onder de ramen convectoren, zorgvuldig weggewerkt in houten aftimmering. Die werken op basis van luchtcirculatie in plaats van stralingswarmte.
Je zoekt continu naar manieren om techniek in te passen zonder dat het voelt als techniek.
De aanleg van de vloerverwarming vroeg om een specifieke aanpak. De vloer bleek scheef – zo gaat dat in een oude molen – en werd eerst volledig uitgevlakt met een egalisatielaag. Daarboven kwam een meerlaagse opbouw van Gutex-platen van ecologisch houtvezel, met sleuven voor leidingen. Alle installaties — van elektra tot water en verwarming — werkten ze onder de vloer weg. “Je kunt geen leidingen kruisen”, legt Groen uit. “Dan kom je te hoog uit. Dus alles moest als een puzzel in elkaar vallen.” Voor een optimale warmteafgifte paste het team stalen warmteverdeelplaten toe.
Routing
“De routing was echt de grootste puzzel”, aldus Groen. “Je wilt overal komen, maar zonder iets aan te tasten. Je mag niet zomaar boren in balken of dragende delen, en je wilt niet dat de installaties in het zicht komen.”
De onderaannemers, waaronder de firma’s Bruintjes en Verwoerd, plaatsten om die reden de warmteterugwininstallatie slim in de schuine ruimte onder de rieten kap. Om de karakteristieke uitstraling van de oude houten wand te behouden, monteerde Groen en zijn team de installatie in een kast met daarop de foto van de houten wand als vinylprint. “Als je ernaar kijkt, lijkt het alsof de originele wand er nog steeds zit.” Volgens Groen typeert dit soort oplossingen het project. “Je zoekt continu naar manieren om techniek in te passen zonder dat het voelt als techniek.”

Nanotechnologie
Het verwarmingssysteem is gevuld met HydroMX, een op nanotechnologie gebaseerde warmtedragende vloeistof die warmte sneller opneemt, verdeelt en afgeeft dan water. Dat is vooral effectief bij lage-temperatuur warmtepompen, zoals die in de molen staat. “In bestaande woningen kan dat tot 30 à 40 procent aan energieverbruik schelen”, zegt Groen. “Maar het leidingensysteem moet wel volledig droog zijn voordat je het vult, want HydroMX is allergisch voor water. Dat bleek een kwestie van aftappen en doorblazen.” De exacte energiebesparing in deze molen moet nog blijken uit de monitoring door Groen. Maar tientallen procenten lagere stookkosten lijken realistisch.
Missie geslaagd
Binnenkort start de renovatie van de rechtervleugel van het woongedeelte van Molen ’t Haantje, maar molenaar Geert Kotter is nu al tevreden over het resultaat van de 500.000 euro kostende metamorfose van het middendeel. “De isolatiewaarde is met R=2,5 natuurlijk niet zo hoog als bij een modern gebouw, maar voor een molen van honderden jaren oud is het indrukwekkend. De molen is comfortabel, behaaglijk, volledig gasloos en uitzonderlijk duurzaam.” Zo is ook de tweede grote missie in de historie van Molen ’t Haantje prima geslaagd.
Heb jij ‘n tip voor deze rubriek? Stuur je suggestie naar demakersvanmorgen@technieknederland.nl!