Metaaldakdekkers knippen, vouwen, felsen en solderen metaal tot waterdichte huiden voor gebouwen. In Nederland kunnen nog maar 40 bedrijven dat. Drie van deze vakmensen – George Westgeest, Johan Duinkerke en Remco Lankhorst – vinden het ‘t mooiste vak ooit. “Als metaaldakdekker ben je de specialist. De steiger wordt nog net niet voor je aangeveegd.”
Op een zonnige dag staat Remco Lankhorst met een witte bouwhelm tussen de zinken banen op het dak van een monumentaal pand in de Utrechtse binnenstad. Het pand wordt gerestaureerd. Zijn ploeg maakt er een roevendak: banen met opstaande randen, een houten lat ertussen en daaroverheen een metalen kap. “Het mooiste van het vak is dat je buiten bent”, zegt hij. “Je voelt je vrij en je maakt mooie dingen.” Meestal werkt hij met twee of drie mensen, onder wie vaak een leerling.
Buiten werken
Lankhorst is metaaldakdekker, een beroep dat bijna niemand kent. In 2009 was hij er de eerste Nederlands kampioen in. “Het valt een beetje tussen het installatiewerk en de bouw in”, zegt hij. “Er is een groot tekort aan vakmensen, vooral aan mensen die graag buiten op een dak of aan een gevel werken.” Onbegrijpelijk, vindt hij zelf. Want het is een prachtig vak!

Die onbekendheid merken ook George Westgeest (54), directeur van Lankhorst’s werkgever Elshof Metaaldak in Olst, en Johan Duinkerke (40) van Duinkerke Dak & Zink in Maarsbergen. Westgeest is meer gespecialiseerd in nieuwbouw, Duinkerke vooral in monumenten. Hun opdrachten verschillen, toch is hun ondernemersvraag dezelfde: hoe houd je schaarse kennis in huis, hoe leid je mensen op en hoe voorkom je dat een vak verdwijnt omdat vrijwel niemand weet dat het bestaat?
Hellende daken
Nederland telt ongeveer 40 gespecialiseerde metaaldakdekbedrijven, naast een groep zelfstandigen. Twintig zijn aangesloten bij de Zinkmeesters en bij Techniek Nederland. De brancheorganisatie voor installateurs helpt ze om het vakgebied onder de aandacht te brengen via beroepspromotie, campagnes en het delen van kennis. Westgeest en Duinkerke spreken daarom niet alleen over hun eigen onderneming, maar geven een inkijk in een complete sector.
Ideeën voor ingewikkelde daken testen we geregeld met Post-its. Prutsen is een onderschat onderdeel van creativiteit.

Die sector ontstond bij de loodgieter, die huizen waterdicht maakt en het zink- en loodwerk verzorgt. Voor hellende daken, gevels en ingewikkelde vormen groeide een aparte wereld van zink, koper, lood, aluminium, rvs en staal. Nieuwe trends in architectuur, zoals organische vormen, gaven het vak in de jaren ’80 en ’90 flink extra vaart. Steen kon niet elke schuine lijn of ronde vorm volgen. Plaatmetaal wel.
Prutsen
Westgeest demonstreert die vormvrijheid graag met een vel papier. Knip erin, vouw het en schuif de vlakken over elkaar. Vrijwel alles wat zo ontstaat, kun je ook maken in metaal. Ideeën voor ingewikkelde daken test hij geregeld met Post-its. “Prutsen is een onderschat onderdeel van creativiteit”, zegt hij. Het klinkt speels, maar het eindresultaat moet tot op de millimeter kloppen en tientallen jaren waterdicht blijven.
“In ons vak noemen we dat ook wel de huid van een gebouw”, zegt Westgeest. Het koper van de gevel van NEMO Science Museum in Amsterdam is een bekend voorbeeld van zo’n metalen huid. De metaaldakdekker is daardoor méér dan een uitvoerder: hij denkt mee met de architect en vertaalt lijnen op papier naar banen, naden en aansluitingen die regen, wind, vorst en zon verdragen. Soms wordt pas op de bouwplaats duidelijk hoe dat moet.
Niet eerder gemaakt
Wie alleen naar het eindresultaat kijkt, mist bovendien de helft van het werk. Onder het metaal zit een constructie van hout, isolatie, ventilatie en bevestigingen. Westgeest volgde eerst een opleiding tot timmerman en aansluitend werktuigbouwkunde met als einddoel om loodgieter te worden. Zo wist hij niet alleen hoe hij zink moest vormen, maar ook hoe de ondergrond moest worden gemaakt.

Direct na zijn opleiding, midden jaren ’90, kwam Westgeest bij Elshof terecht. Hij klom op en specialiseerde het bedrijf in zowel metalen bekleding als de onderconstructie. Dat is belangrijk, want zink zet uit en krimpt door temperatuurverschillen. Vocht aan de onderzijde kan het materiaal aantasten. Het dak heeft dus ruimte nodig om te bewegen, én een doordachte onderbouw. “Wij maken geregeld iets wat nog niet eerder is gemaakt”, zegt Westgeest. “Dan moet je begrijpen waarom iets wel of niet werkt.”

Verantwoordelijkheid
Elshof richt zich tegenwoordig vooral op hoogwaardige nieuwbouw en volgt de laatste bouwtrends, bijvoorbeeld een schuurwoning waarvan dak en gevel in één lijn doorlopen. Begin deze eeuw werkte het bedrijf nog met twaalf tot twintig vakmensen op één groot dak van een utiliteitsgebouw. Nu zijn de opdrachten kleiner en volgen ze elkaar sneller op. Westgeest: “Dat vraagt om nauwkeurige planning tussen aannemers, timmerlieden en installateurs. Vrijheid op het dak betekent ook verantwoordelijkheid nemen voor alles wat vóór en na jouw werk moet gebeuren. Uiteindelijk zorgt dat voor de kwaliteit van het eindproduct.”
Verdwenen technieken
Bij Duinkerke begint de puzzel juist vaak wanneer een oud dak wordt geopend. Hij startte op zijn 19e bij zijn broer, die installateur was, en begon een jaar later voor zichzelf. Binnenwerk trok hem niet; hij zocht techniek, buitenlucht en zichtbaar resultaat. Die vond hij in de restauratie, waar onder een dakbedekking verdwenen technieken, afwijkende maten of aangetaste balken tevoorschijn kunnen komen. De oplossing moet waterdicht zijn, bij het gebouw passen en de goedkeuring krijgen van monumentendeskundigen. “Je haalt iets weg en weet niet precies wat je aantreft”, zegt Duinkerke. “Alles ligt onder een vergrootglas.”
Een goed zinken dak gaat tot wel 75 jaar mee. Dit werk is blijvend – een mensenleven lang.
Zijn ploeg begint na de zomer aan het zink- en loodwerk van een historisch gebouw in het centrum van Amsterdam. “Ook de binnenstad maakt deze opdracht ingewikkeld”, weet Duinkerke. Want waar parkeer je je bussen, hoe komt het materiaal boven en hoe werk je veilig zonder de omgeving stil te zetten?” Techniek en logistiek zijn er niet van elkaar te scheiden.
Mensenleven meegaan
Wat beide ondernemers bindt, is het zichtbare bewijs dat hun mensen achterlaten. Duinkerke hoeft geen fotoalbum open te slaan om zijn loopbaan te overzien. “Als ik door de stad rijd, denk ik geregeld: dat dak heb ik gemaakt.” Een goed aangebracht zinken dak gaat volgens de producent tot wel 75 jaar mee. De maker ziet dus niet alleen aan het einde van de werkdag resultaat; zijn werk is blijvend, een mensenleven lang.

Wonderkind
Toch hoeft een nieuwe metaaldakdekker geen wonderkind met ‘twee rechterhanden’ te zijn. Nieuwsgierigheid, dát moet je hebben. Bij Westgeest maakte zelfs een boekhouder zich het ambacht eigen. Remco Lankhorst: “Als je een beetje handig bent en technisch inzicht hebt, kun je bij ons het vak goed leren.”
Opleiding in zinkwerk
Tegelijk wijst hij op opleiding in zinkwerk. “Er is sinds een paar jaar weer een niveau 2 opleiding. In die bbl-route werken studenten doorgaans vier dagen en gaan ze één dag naar school. Daarnaast is er een speciale restauratieopleiding opgezet in samenwerking met de Zninkmeesters en de NCE (het Nationaal Centrum Erfgoedopleidingen, red.). Daar er ook nog eens een niveau 3 opleiding.” Dat is een belangrijke verandering voor een sector waarin veel vakmensen hun kennis tot nu toe vooral op het dak doorgaven.
Mooi eindresultaat
Lankhorst weet hoe dat is. Hij was de eerste Nederlands kampioen metalen daken dekken en kwam in 2009 bij Elshof. Zelf leerde hij het vak grotendeels in de praktijk. Nu wil hij zo veel mogelijk jonge mensen opleiden. “Je werkt met je handen. Je bent buiten. Elke dag als je weggaat, heb je een mooi eindresultaat.”
Als metaaldakdekker ben je de specialist. De steiger wordt nog net niet voor je aangeveegd.
Deze gespecialiseerde bedrijven hebben die nieuwe mensen hard nodig. Ze vissen in dezelfde kleine vijver, en de lat ligt hoog: er gelden strenge eisen voor zinken, koperen en loden dak-, gevel- en gootconstructies. Het werk vraagt zelfstandigheid, precisie, inventiviteit én de moed om een tekening tegen te spreken als een detail in de praktijk niet waterdicht kan worden.
Waardering
Daar staat iets tegenover wat maar weinig banen bieden: hoogte, uitzicht, buitenlucht en vrijheid om zelf oplossingen te bedenken. Ook de waardering op de bouwplaats is anders. “Als installateur was ik een van velen”, zegt Westgeest. “Als metaaldakdekker ben je de specialist. De steiger wordt nog net niet voor je aangeveegd.”
Westgeest noemt zijn vakmensen kunstenaars. Duinkerke spreekt liever over oplossers. Ze bedoelen hetzelfde: dit is werk voor mensen die hun hoofd en handen tegelijk willen gebruiken. Een Post-it wordt een maquette, een vlakverdeling een huid. Hoog boven de straat zet een maker zijn handtekening in zink, koper of staal.
Heb jij ‘n tip voor deze rubriek? Stuur je suggestie naar demakersvanmorgen@technieknederland.nl!