Maar liefst 654 kilometer per uur, ruim 184 meter per seconde! Dat is de bizarre snelheid waarmee de Britse testpiloot Andy Green in zijn raketauto JCB Hydromax over de Bonneville Salt Flats in Utah raasde – op waterstof.
Geen gierende V8 op benzine, geen loodzwaar accupakket, maar twee aangepaste viercilinder-waterstofmotoren — afkomstig uit de gele graafmachines van JCB. Met legendarische recordjager Andy Green achter het stuur verpulverde deze 9,7 meter lange geel-zwarte pijl het stokoude snelheidsrecord voor waterstofauto’s.

Het eerdere record (185,5 mijl per uur van de BMW H2R uit 2004) ging genadeloos aan diggelen: de Hydromax klokte gemiddeld 406,3 mijl per uur (653,9 km/u), met een pieksnelheid in de tweede run van maar liefst 663 km/u. Het verbruik tijdens de run? Twee kilo waterstof. De emissie? Acht liter zuiver water uit de uitlaat, in de vorm van waterdamp.
De Hydromax is ontwikkeld door het Britse JCB, bouwer van graafmachines en ander zwaar materieel. Onder leiding van topman Lord Anthony Bamford stak het familiebedrijf al meer dan 100 miljoen pond (ruim € 115 miljoen) in de ontwikkeling van verbrandingsmotoren op waterstof. Omdat loodzware accu’s ongeschikt zijn voor zware machines die dag in dag uit moeten zwoegen, zet JCB vol in op het verbranden van schone moleculen. De Hydromax werd gebouwd om te laten zien dat hun waterstoftechniek zelfs onder de meest extreme omstandigheden topprestaties levert.

Geen speelgoed, maar keiharde energiedichtheid
Wat dit record zo fascinerend maakt, is niet alleen de snelheid op de zoutvlakte. Het is vooral het idee erachter. Waar batterijen uitblinken in licht vervoer en korte afstanden, laat dit project zien wat er gebeurt als je het maximale vraagt van schone moleculen. De motoren in de Hydromax zijn geen exotische laboratorium prototypes, maar doorontwikkelde graafmachine-verbrandingsmotoren die draaien op gecomprimeerde waterstof. Dat maakt het statement glashelder: de techniek is er, werkt onder de meest extreme omstandigheden, en is op schaal te bouwen.

Waarom dit direct raakt aan de installatietechniek
De stap van een snelheidsmonster in Utah naar een ketelhuis of energiecentrale in Nederland is veel kleiner dan hij lijkt. Het fundament is namelijk exact hetzelfde: het efficiënt benutten van de energiedichtheid van waterstof. Het record van Green bevestigt de reputatie van waterstof als belangrijk puzzelstukje in de energietransitie. Het is immers bijna 1 op 1 een vervanger voor het vertrouwde aardgas, maar niet-fossiel én volledig hernieuwbaar!
En daar kun je allerlei kanten mee op:
- Buffer voor zonne- en windenergie: Met name in de zomer wekken we massaal meer zonne-energie op dan het net aan kan. Door deze stroom via elektrolyse om te zetten in groene waterstof en op te slaan, kunnen we buffers aanleggen voor dag/nacht en voor de winter.
- Hoge-temperatuurwarmte en hybride systemen: In de utiliteit, zware industrie en bij de verduurzaming van bestaande wijkvoorzieningen is elektrisch verwarmen met warmtepompen niet altijd voldoende of inpasbaar vanwege netcongestie. Waterstofketels en -branders pakken exact die piekbelasting en hoge temperatuurbehoefte op.
- Warmtekrachtkoppeling (WKK): Met brandstofcellen en waterstofmotoren op locatie kun je tegelijk elektriciteit én warmte opwekken. Bijvoorbeeld voor grote gebouwen en industrie.
Techniek van morgen maken we nu
De JCB Hydromax bewijst dat waterstof geen vage belofte voor de verre toekomst is. Het is een volwaardige energiedrager die vandaag al verbrandingsmotoren op bizarre snelheden krijgt en morgen de ruggengraat vormt van onze klimaatneutrale warmte- en energievoorziening.
Voor ontwerpers, ingenieurs en installateurs is de boodschap helder: de transitie van fossiele moleculen naar groene moleculen is geen theoretische oefening meer. De techniek werkt, en gaat als een raket!
Heb jij ‘n tip voor deze rubriek? Stuur je suggestie naar demakersvanmorgen@technieknederland.nl!